Modules AZ3

ACUTE ZORG 3A

Module observatie, diagnostiek en oriëntatie

  • Doelgroep
    Deze module richt zich op volwassenen die door psychische moeilijkheden zijn vastgelopen en voor wie een kortdurende observatie met diagnostische oppuntstelling en/of behandeling aangewezen is, met name mensen met angst-klachten, psychosomatische klachten, depressiviteit, persoonlijkheidsproblemen en relationele moeilijkheden. Er wordt ook een Bed Op Recept aangeboden aan patiënten met een acuut psychiatrisch beeld kaderend binnen een borderlinepersoonlijkheidsproblematiek, met als doel een acute crisis te voorkomen. Het omvat een begrensde en korte opname waarbij de lopende behandeling onderbroken wordt. 
     
  • Doelstellingen
    Deze module richt zich op het helder krijgen van de diagnostiek en behandelingsoriëntatie. Indien de vervolgbehandeling voor persoonlijkheids-stoornissen in het ziekenhuis plaatsvindt, wordt er gedurende de observatieperiode een individueel behandelplan gemaakt.
     
  • Behandelduur
    Maximaal zes weken
     
  • Methodieken/therapeutisch aanbod
    De aanpak verloopt deels individueel, deels in groep. Het diagnostisch plan is gebaseerd op psychodiagnostiek, waarbij naast medisch-psychiatrische aspecten en een interdisciplinaire observatie ook een uitgebreide waaier van psychologische testen kan worden afgenomen. Hiernaast is er een uitgebreid psychotherapeutisch pakket, dat afhankelijk van de individuele nood steunt op het gedragstherapeutische of systeemtherapeutische model. Verder behoren ook een aantal non-verbale therapieën tot het aanbod. De eerste veertien dagen zijn steeds in volledige opname. Hierna kan er o.w.v. therapeutische redenen gekozen worden voor dagbehandeling.
buitenkant gebouw acute zorg 3

ACUTE ZORG 3B

Module persoonlijkheid

  • Doelgroep
    De dialectische gedragstherapie (DGT) richt zich op personen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. DGT ziet het kernprobleem van borderline persoonlijkheids-stoornis als een onvermogen om emoties in goede banen te leiden. Twee factoren spelen hierbij een rol. Enerzijds is de persoon in kwestie emotioneel overgevoelig, waardoor hij/zij op veel situaties reageert met erg hevige emoties. Anderzijds zijn deze heftige emotionele reacties door de persoon zelf en zijn/haar omgeving moeilijk te plaatsen, waardoor ze vaak als onjuist of ongepast benoemd worden. De wisselwerking tussen deze twee factoren zorgt voor het ontstaan van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Wanneer iemand een borderline persoonlijkheids-stoornis heeft, ondervindt de persoon vaak problemen op verschillende levensgebieden. Dit komt omdat er  sprake is van een ontregeling op volgende vlakken:
    • emoties: stemmingswisselingen, moeite om woede te beheersen, somberheid, angst…;
    • gedachten: gedachten aan de dood, perfectionistische gedachten, zwart-wit denken, achterdocht in het denken…;
    • zelfbeeld: gevoel van leegte, negatief zelfbeeld, niet weten wie je bent…;
    • relaties: relaties lopen vaak moeilijk door een patroon van aantrekken en afstoten, verlatingsangst…;
    • gedrag: suïcidaal gedrag, zelfverwondend gedrag, impulsief gedrag (eetbuien, impulsieve aankopen, middelengebruik, risicovol gedrag, …).
       
  • Doelstellingen
    • DGT richt zich op het opbouwen van een leven dat de moeite waard is om geleefd te worden. Door het aanleren van vaardigheden leert de patiënt beter om te gaan met zijn/haar emotionele gevoeligheid en meer grip te krijgen op zijn/haar leven;
    • DGT gaat ervanuit dat niet alle problemen tegelijkertijd aangepakt kunnen worden. Daarom wordt er stapsgewijs gewerkt en is er een vaste volgorde van behandel-doelen. De meest ernstige problemen worden het eerst aangepakt.
       
  • Therapeutisch aanbod en behandelduur
    De eerste fase van de therapie -de pretreatment fase- duurt vijf weken. Gedurende die eerste vijf weken leert men wat een DGT behandeling precies inhoudt. Ook leert men al vaardigheden aan om crisissituaties beter het hoofd te kunnen bieden, en begint men te oefenen met mindfulness. Daarnaast worden de problemen grondig in kaart gebracht. Er wordt samen met de behandelaar een behandelplan opgemaakt. Op het einde van die vijf weken wordt samen met de patiënt gekeken of DGT de beste oplossing is voor jouw problemen. Indien DGT iets is voor de patiënt, stroomt hij/zij door naar een behandelgroep. Dit is de tweede fase van de therapie, de behandelfase. De behandelfase duurt ongeveer zes maanden. Deze zes maanden worden opgedeeld in drie blokken of modules. Tijdens het eerste blok van vijf weken leert de patiënt vaardigheden om een crisis te voorkomen. In de tweede module, die 10 weken duurt, ligt de nadruk op het aanleren van emotieregulatie-vaardigheden. Er worden dan handvaten aangereikt die de patiënt beter in staat gaan stellen om (heftige) emoties te hanteren, zodat diens leven er niet meer door gestuurd wordt. Tijdens het laatste blok van 10 weken wordt er vooral geoefend met intermenselijke effectiviteitsvaardigheden. De patiënt leert hierdoor beter te functioneren in contact met andere mensen.
buitenkant gebouw acute zorg 3

Module Angst en Depressie

  • Doelgroep
    Deze module richt zich op de behandeling van personen met een stemmingsstoornis en/of een angstproblematiek. Stemmingsstoornissen zijn problemen met de gemoeds-toestand, zoals depressie en manisch-depressieve stoornis of bipolaire stoornis. Onder angstproblemen vallen  de paniekstoornis, de sociale fobie, de gegeneraliseerde angststoornis en de obsessieve-compulsieve stoornis.
     
  • Doelstellingen
    De behandeling is gericht om op zo kort mogelijke tijd de aanwezige klachten en symptomen zo goed mogelijk te verlichten, de directe en indirecte gevolgen ervan op belangrijke levensgebieden te reduceren en de zelfredzaamheid te verhogen.
     
  • Behandelduur
    Drie maanden. Na drie maanden vindt er een evaluatie plaats waar er bekeken wordt of de behandeling nog wordt verlengd met maximaal drie maanden.
     
  • Methodieken/therapeutisch aanbod
    De aanpak gebeurt vooral in groep maar er is ook individuele begeleiding. Het therapeutische proces dat iemand doorloopt verschilt van persoon tot persoon. Van bij het begin wordt getracht de probleemsituatie concreet te maken en therapeutische doelen voorop te stellen. In overleg met de patiënt worden belangrijke betrokkenen binnen de omgeving van de patiënt uitgenodigd. De therapieën vertrekken vanuit biologische, cognitief gedragstherapeutische (gedragsactivatie en cognitieve interventies) en systeemtheoretische invalshoeken. De aandacht gaat naar verbale en non-verbale uitdrukkingswijzen. Er is mogelijkheid tot dag- alsook volledige hospitalisatie.