Onderzoeksprojecten

Lopende onderzoeksprojecten

BelRAI Geestelijke Gezondheidszorg studie: Evaluatie van de BelRAI GGZ instrumenten en resultaten in de zorg voor personen met een ernstige psychische aandoening en/of verslaving in Vlaanderen

Dit onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. KeFor is betrokken bij het onderzoek rondom het forensisch supplement van de BeLRAI.

Onderzoekspartner LUCAS Centrum voor Zorgonderzoek en Consultancy

De federale overheid en de gemeenschappen hebben beslist om BelRAI als generiek beoordelingsinstrument in te voeren in alle sectoren van welzijn en gezondheid. Via BelRAI instrumenten gaan zorgverleners over zorgsettings heen het functioneren en de zorgnoden van zorgbehoevende personen op een gestandaardiseerde wijze in kaart brengen. Vervolgens worden BelRAI resultaten berekend die kunnen dienen om een onderbouwd begeleidingsplan op te stellen of bij te sturen, alsook voor het kwaliteitsbeleid op organisatieniveau en op algemeen beleidsniveau. Een dergelijk instrument is nodig (1) om de geïntegreerde zorg en ondersteuning van kwetsbare groepen te versterken, (2) om dubbele registraties en assessments van verschillende zorgverleners – die niet op elkaar afgestemd zijn - te vermijden en (3) om tot een vereenvoudiging van de registratiesystemen te komen die het mogelijk maken data te verzamelen op regio- en gemeenschapsniveau. Het gebruik van BelRAI is al uitvoering getest in de ouderenzorg, maar ook in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is het gebruik van een dergelijk beoordelingssysteem nodig.

Om de toepasbaarheid van de BelRAI GGZ instrumenten te onderzoeken wordt nagegaan (1) Welke gebruiksmogelijkheden het onderzoeksinstrumentarium en de resultaten ervan bieden voor de hulpverleners in de zorg voor personen met EPA en/of verslaving (2) Welke gebruiksmogelijkheden de resultaten van het onderzoeksinstrumentarium voor de hulpverleners bieden bij het opstellen of evalueren van het begeleidingsplan van de betreffende cliënt binnen het team waar de hulpverlener deel van uitmaakt (3) Wat de attitude is van de hulpverleners ten opzichte van de gebruiksmogelijkheden (zie onderzoeksvraag 1 en 2) en andere eigenschappen van het onderzoeksinstrumentarium (4) Hoe de BelRAI resultaten van deze steekproef van cliënten samengevat kunnen worden aan de hand van beschrijvende statistieken.

Via deze studie wordt in de eerste plaats een antwoord geformuleerd op de vier onderzoeksvragen. Deze antwoorden worden gevormd op basis van de resultaten van de focusgroepen en de attitudevragenlijst, en op basis van beschrijvende statische analyses van de BelRAI data. Op basis van deze antwoorden worden vervolgens aanbevelingen geformuleerd die kunnen dienen om de BelRAI GGZ instrumenten en mogelijke toevoegingen voor de forensische doelgroep verder te implementeren voor personen met een EPA en/of verslaving binnen de Vlaamse GGZ.

Bepaling beveiligingsniveaus binnen de forensische zorg

Geïnterneerden worden behandeld binnen verschillende beveiligingsniveaus. De Kamers ter Bescherming van de Maatschappij (KBM) beslissen in welke setting en dus ook welk beveiligingsniveau de patiënt zijn behandeling moet ondergaan. Duidelijke criteria om dit beveiligingsniveau in te schatten zijn vooralsnog niet beschikbaar. Ook is het onduidelijk wanneer iemand voldoende verbeterd is, zodat de transfer naar een setting met een lager beveiligingsniveau op een veilige manier kan plaatsvinden. Het foutief inschatten hiervan kan nochtans zowel voor de samenleving als voor de diensten zelf hogere kosten met zich mee brengen.

Uit een literatuuroverzicht, uitgevoerd door KeFor, OPZC Rekem, bleek dat onderzoek in Vlaanderen naar de bepaling van het beveiligingsniveau miniem tot onbestaande is. Internationale studies tonen aan dat risicotaxatie instrumenten niet actief genoeg gebruikt worden bij het maken van beslissingen rondom de patiënt en dat de empirisch ondersteunde instrumenten zelden vermeld worden. Daarenboven kan risicotaxatie niet zondermeer gelijkgesteld worden met het bepalen van een beveiligingsniveau (Kennedy, O'Neill, Flynn, Gill, & Davoren, 2016). Uit het literatuuroverzicht blijkt dat er ook weinig instrumenten voorhanden zijn die aanvullend aan een risicotaxatie kunnen gebruikt worden om het beveiligingsniveau te bepalen en de transfer tussen verschillende niveaus te kunnen bepalen. Er kwamen maar drie empirisch gevalideerde instrumenten naar voren: de Security Needs Assessment Profile (SNAP; Collins, Davies, & Ashwell, 2007), de Health of the Nations Outcome Scale-Secure (HoNOS-Secure; Royal College of Psychiatrists) en de Dangerousness Understanding, Recovery and Urgency Manual V1.0.30 (DUNDRUM) (Kennedy et al., 2016).

Omwille van een aantal redenen – zoals bijvoorbeeld een grotere focus op het patiënten perspectief en meer wetenschappelijke onderbouwing - werd de keuze gemaakt om onderzoek op te zetten met de DUNDRUM. De DUNDRUM (Kennedy et al., 2016) is een instrument dat gebruikt kan worden om ondersteuning te bieden voor het gestructureerd klinisch oordeel bij het bepalen van beveiligingsniveau (DUNDRUM-1), opname prioriteit (DUNDRUM-2) programma voltooiing (DUNDRUM-3) en mate van herstel (DUNDRUM-4).

Momenteel zijn er verschillende onderzoeken rondom het bepalen van veiligheidsniveau lopende of afgerond:

Studie 1: pilootstudie rondom de toepasbaarheid van de DUNDRUM-1 (afgerond)

Studie 2: vergelijking van de DUNDRUM-1 met de HoNOS-secure bij (afgerond)

Studie 3: toepasbaarheid van de DUNDRUM-3 en DUNDRUM-4 in Vlaamse forensische instellingen (lopende)

Meten van kwaliteit van leven en zorg in de forensische zorg

Vanuit het intern wetenschappelijk comité (IWC) van het OPZC Rekem is er een vraag gekomen rondom een hanteerbare forensische operationalisatie van het concept tevredenheid. Het IWC maakte een onderscheid tussen:

  • Kwaliteit van leven
  • Gewenste resultaat van behandeling
  • Tevredenheid in de pure zin van het woord
  • Autonomie
  • De belangrijke rol die het ziekte-inzicht speelt in deze materie
  • Bejegening

KeFor heeft in het kader van die vraag een literatuurstudie gedaan rondom kwaliteit van leven en op basis daarvan werden twee instrumenten gekozen om te gebruiken in een pilootproject rondom het meten van tevredenheid bij patiënten: Forensic Inpatient Quality of Life Questionnaire (FQL) en de Quality in Psychiatric Care–Forensic In-Patient (QPC-FIP).De eerste meting is uitgevoerd en de resultaten zijn gepresenteerd op het IWC, in maart 2019 zal er een hermeting plaatsvinden tezamen met een focusgroep voor patiënten rondom het concept tevredenheid en de gebruikte vragenlijsten.

ARMIDILO-S: Inschatten van de kans op seksueel geweld bij plegers met een verstandelijke beperking

De ontwikkeling van en onderzoek naar risicotaxatie-instrumenten bij plegers met een verstandelijke beperking (PVB) staat in schril contrast met de hoeveelheid studies bij normaal begaafde daders. Dit is des te meer het geval wanneer het gaat over seksueel delinquenten, waarbij de weinige studies vaak tegenstrijdige resultaten laten zien. Deze studies beperken zich bovendien voornamelijk tot het toepassen van risicotaxatie-instrumenten ontwikkeld bij normaal begaafde daders. Onder de instrumenten specifiek ontwikkeld voor seksueel delinquenten met een verstandelijke beperking, wordt de Assessment of Risk and Manageability of Individuals with Developmental and Intellectual Limitations who Offend Sexually (ARMIDILO-S) opgeworpen als veelbelovend dynamisch risicotaxatie-instrument. Dit heeft te maken met het feit dat niet enkel cliëntspecifieke, maar ook omgevingsgerelateerde variabelen worden opgenomen. De huidige studie tracht de ARMIDILO-S te valideren bij seksueel delinquenten met een verstandelijke beperking. Definitieve resultaten worden verwacht medio 2020.

Analyse van de zorgtrajecten van geïnterneerden

Onderzoekspartner: Centre de Recherche en Défense Sociale (CRDS)

Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de FOD Volksgezondheid.

Sinds verschillende jaren financiert de FOD Volksgezondheid diverse projecten die een zorgaanbod voor geïnterneerden aanbieden. Sinds 2018 worden een aantal gegevens op nationaal niveau verzameld van geïnterneerden die zijn opgenomen binnen deze projecten, met name socio-demografische, delictgerelateerde en diagnostische gegevens. Op vraag van de FOD Volksgezondheid werd deze dataset geanalyseerd. 

Deskundigenonderzoek naar toerekeningsvatbaarheid binnen de strafrechtelijke procedure

In België komt er heel wat maatschappelijke kritiek op de huidige deskundigenverslagen. Kwaliteitscriteria voor de expert en het expertiseverslag zijn in de huidige wet ter bescherming van de maatschappij dan ook onbestaande. In een eerste fase werd een literatuuroverzicht uitgevoerd over de praktijk rond forensisch psychiatrische expertises in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Zweden en Canada. In een tweede luik wordt getracht een aantal gegevens cijfermatig in kaart te brengen voor Limburg.

Update: Ondertussen is er een nieuwe interneringswet van kracht en werd een format voor deskundigenverslagen ontwikkeld (cf. onderzoek “format forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek”).

Effectmeting van het Inreach project

Het InReach project werd opgestart door de forensische afdeling van het OPZC met de idee om opnames vanuit de gevangenis naar het psychiatrisch zorgcentrum gemakkelijker te laten verlopen. Het doel van het InReach project is dus om een brug te slaan tussen de gevangenis en het psychiatrisch zorgcentrum. KeFor verzamelt op vraag van het OPZC gegevens rond de opnames van InReach. Deze gegevens zullen gebruikt worden om een analyse van de effectiviteit van het project te maken.