Leefgroep 1-2: Ouderen met dementie en gedragsproblemen

Doelgroep

Het cluster Ouderenzorg is gericht op de ondersteuning en behandeling van ouderen met een psychische kwetsbaarheid dewelke een organische of functionele oorzaak heeft. Het is samengesteld uit vier leefgroepen die elk een specifieke aanpak bieden op maat van de oudere. Ouderen met een matige tot ernstige dementie in combinatie met gedrags- en/of stemmingsproblemen kunnen in leefgroepen 1 en 2 terecht.

Doelstelling

Het doel van de behandeling is het persoonlijk herstel van de oudere opdat hij zijn kwaliteit van leven kan blijven hervinden en hij terug kan functioneren binnen zijn thuissituatie of in een thuisvervangend milieu zoals een woonzorgcentrum.

Theoretisch kader

Binnen deze leefgroepen wordt de herstelgerichte zorg nagestreefd. Ouderen met dementie hebben een psychische kwetsbaarheid. Deze kwetsbaarheid wordt veroorzaakt door een samenspel van verschillende factoren op biologisch, psychologisch en sociaal vlak. (Engel, 1977) Biologisch gezien is er sprake van een neurodegeneratieve aandoening. De hersendelen die worden aangetast zullen tot op zekere hoogte bepalen hoe de ziekte zich manifesteert. Echter in de uiteindelijke uitingsvorm bestaan er veel individuele verschillen daar ook psychologische (stress, coping, persoonlijkheid) en sociale (omgeving) factoren een invloed op het ziekteproces hebben. Het biopsychosociaal model wordt om deze reden als theoretische leidraad gehanteerd. (Wade & Halligan, 2017)

Daar biologische factoren slechts één element binnen deze kwetsbaarheid zijn, kiezen wij ervoor om een zuiver farmacologische behandeling te vermijden. Uit onderzoek komt naar voor dat een behandeling met medicatie slechts weinig voordelen biedt in vergelijking met een placebo en bovendien veel nevenwerkingen veroorzaakt. De behandeling binnen deze leefgroepen vertrekt daarom vanuit een belevings-en persoonsgerichte aanpak waarbij de hulpverlener verder kijkt dan de ziekte en zich inleeft in de persoon met dementie. Hierbij wordt rekening gehouden met alle aspecten van de persoon: persoonlijkheid, levensgeschiedenis, omgevingsfactoren, belangrijke naasten,… (Gitlin, Kales, & Lyketsos, 2012)

Elke oudere is volwaardig en uniek met zijn eigen noden, behoeften en vaardigheden. Het is daarom belangrijk dat men de persoon met dementie in zijn waarde laat door zijn mogelijkheden te stimuleren en hem in zijn beperkingen te ondersteunen. Hierin kunnen ook de naasten van de oudere een belangrijke rol spelen. Zij zijn namelijk vaak de eersten die merken dat er iets aan de hand is met de oudere. Vaak zal de vraag tot opname ook door hen gesteld worden. Tijdens de opname kunnen zij samen met de professionele hulpverleners de oudere ondersteunen in zijn hersteltraject. Daarnaast zorgen zij eveneens voor continuïteit van zorg na de opname. Binnen deze leefgroepen wordt er daarom sterk ingezet op geïntegreerde zorg en familieparticipatie. De naasten van de oudere spelen ten slotte een fundamentele rol in het bevorderen van de kwaliteit van leven van de oudere. Ten slotte wordt er ook maximaal ingezet op de preventie van stress. Naarmate het dementieproces vordert zullen de cognitieve mogelijkheden van de oudere progressief afnemen en is hij steeds minder in staat om stress te hanteren. De oudere kan eveneens zijn noden moeilijker uitdrukken wat in veel gevallen angst en stress met zich zal meebrengen. (Smith, Gerdner, Hall, & Buckwalter, 2004) Een goede observatie van de factoren die angst en stress veroorzaken zoals te veel of te weinig prikkels is onontbeerlijk. (Cohen-Mansfield, 2001).

Zorgpad

Om de oudere de meest adequate en aangepaste ondersteuning te bieden werd het intramuraal zorgpad dementie ontwikkeld. Elke oudere met dementie kan in dit zorgpad instappen met als doel het hervinden van kwaliteit van leven en het persoonlijk herstel van de oudere. Dit zorgpad omschrijft een aantal sleutelinterventies die doorheen de opname van de oudere door het interdisciplinair team worden gesteld om de continuïteit van zorg te verzekeren.

Leefgroep 1: Observatie
Om zorg op maat te bieden is het belangrijk om de oudere en zijn naasten te leren kennen. De observatieperiode duurt ongeveer 6 weken waarin de oudere de eerste twee fases van het zorgpad dementie zal doorlopen, namelijk observatiefase 1 (algemene observatie van 2 weken) en observatiefase 2 (specifieke observatie van 4 weken). De verschillende leden van het interdisciplinair team zullen een aantal observaties en interventies stellen opdat zij een eerste inschatting kunnen maken van het lichamelijk en cognitief functioneren van de oudere (observatiefase 1). Op basis hiervan zullen zij in observatiefase 2 meer gerichte observaties uitvoeren met als doel alle informatie te verzamelen die nodig is om samen met de oudere en zijn naasten een behandelplan op maat van de oudere te kunnen opstellen.

Leefgroep 2: Behandeling en ontslag
Wanneer het team voldoende informatie heeft kan de oudere muteren naar leefgroep 2. Samen met de oudere en zijn belangrijkste naasten zal het interdisciplinair team concrete behandeldoelstellingen formuleren. Daarnaast wordt er eveneens naar een mogelijk ontslag toegewerkt.

Verantwoordelijkheid

Een gemotiveerd en gespecialiseerd interdisciplinair team, onder leiding van de afdelingspsychiater, het verpleegkundig diensthoofd en de programmacoördinator ouderenzorg, staat elke dag klaar om samen met de oudere en zijn naasten het hersteltraject te begeleiden.

Bibliografie

Cohen-Mansfield, J. (2001). Nonpharmacologic interventions for psychotic symptoms in dementia. Journal of Geriatric Psychiatry and Neurology, 9,361-381.

Engel. (1977). The need for a new medical model: a challenge for biomedicine. Science, 196(4286):129-136.

Gitlin, L. N., Kales, H. C., & Lyketsos, C. G. (2012). Managing behavioral symptoms in dementia using nonpharmacological approaches: an overview. The Journal of the American Medical Association, 308(19),2020-2029.

Smith, M., Gerdner, L. A., Hall, G. R., & Buckwalter, K. C. (2004). History, Development, and Future of the Progressively Lowered Stress Threshold: A Conceptual Model for Dementia Care. J Am Geriatr Soc , 52:1755-1760.

Wade, D. T., & Halligan, P. W. (2017). The biopsychosocial model of illness: A model whose time has come. Clinical Rehabilitation, 31, 995-1004.

Contact

sociaal verpleegkundige
Ellen Creyns
089 22 25 05
psychiater
Fanny Eeckhout
089 22 20 02
psycholoog
Sarah Raa
089 22 28 17
verpleegkundig leidinggevende
Wilbert Joosten
089 22 25 61